Overheid & maatschappelijke organisaties, Mensen, Weergeven in slider homepage

Bruggenbouwers

Honorair consuls geven Limburg allure, maar zijn tegelijkertijd zó bescheiden.

Ik vind het prachtig om partijen bij elkaar te brengen en te zien dat dit tot succesvolle samenwerkingen leidt.

Fernand Jadoul

Honorair Consul van Luxemburg

Ze geven paspoorten en identiteitskaarten uit, vervullen protocollaire taken en behartigen culturele, economische en maatschappelijke belangen… Maar bovenal zijn Ward Vleugels, Fernand Jadoul, Camille Oostwegel en Jean Gelissen – honorair consuls van respectievelijk Duitsland, Luxemburg, Frankrijk en Oostenrijk – verbinders en bruggenbouwers. En daarmee zijn de heren belangrijke ambassadeurs voor onze provincie. “Wil je dit werk goed doen, dan moet je de regio door en door kennen.”

 

Eervol, maar met inhoud

“Een thema waar we ons samen sterk voor maken, is het belang van buurtaalonderwijs.” 

In Limburg zijn negen honorair consuls gezeteld. Naast Duitsland, Luxemburg, Frankrijk en Oostenrijk hebben ook Israël, Montenegro, België, Spanje en Polen een honorair consul in onze provincie. Volgens Fernand Jadoul, nestor onder de Limburgse consuls, heeft een honorair consul een breed takenpakket. “Allereerst hebben we zogenaamde consulaire taken. Denk daarbij aan het uitgeven van paspoorten en identiteitskaarten, overlijdensaktes of notariële documenten aan – in mijn geval – Luxemburgers die in Limburg wonen.” Camille Oostwegel geeft elke week zo’n twee tot drie paspoorten of identiteitskaarten uit. “In Limburg wonen zo’n duizend Fransen. Als zij een nieuw reisdocument nodig hebben, moeten ze naar het consulaat in Amsterdam om dit document aan te vragen. Het verstrekken van het document, dat doet de honorair consul.” 

Een andere, belangrijke functie van honorair consul, bestaat uit het behartigen van culturele, economische en maatschappelijke belangen. “We verbinden bedrijven, kennisinstellingen, verenigingen en burgers uit Limburg met partijen in het land dat we vertegenwoordigen”, legt Ward Vleugels uit. “Dat gebeurt altijd vanuit een bepaalde wederkerigheid.” 

Een thema dat de heren in dit kader na aan het hart ligt, is het belang van buurtaalonderwijs. “Zeker in een grensregio als Limburg” vervolgt Vleugels, “mag het belang van taalonderwijs eigenlijk niet ter discussie staan. Talen openen deuren! Toen Paul Schnabel namens het Platform Onderwijs3032 bepleitte dat kinderen in de toekomst op jonge leeftijd vooral de Engelse taal moeten leren en dat scholen een tweede vreemde taal zoals Duits of Frans niet meer verplicht hoeven te stellen, hebben Camille en ik onze krachten gebundeld. Geen Duitse of Franse les meer, juist hier in de grensregio… Dat is toch ondenkbaar? We hebben toen contact opgenomen met onze ambassadeurs en die hebben vervolgens een stevige brief geschreven naar de minister en kamerleden over het belang van taalonderwijs in de grensregio.” 

Fernand Jadoul maakt daarbij wel een belangrijke kanttekening: “Onze werkzaamheden hebben nadrukkelijk geen politieke lading. We onthouden ons van politieke uitspraken of politieke kleur.” 

Tot slot zijn de honorair consuls, zoals ze het zelf formuleren, ‘de oren en de ogen van de ambassadeur’. “Een ambassadeur heeft zijn hoofdkantoor in Den Haag”, legt Camille Oostwegel uit. “Zeker voor provincies die op grotere afstand liggen, zijn honorair consuls enorm waardevol. We zijn in feite de verbinding tussen de regio en de ambassade. Vanuit die functie vervullen we bovendien veel protocollaire taken. En we onderhouden actief onze contacten met andere consuls in Nederland en daarbuiten. Een sterk netwerk is enorm waardevol voor een honorair consul.” 

Als we de heren vragen hoeveel tijd ze gemiddeld besteden uit hoofde van hun functie, glimlachen ze. “Het is net wat je er zelf van maakt”, aldus Fernand Jadoul. “Maar ik denk dat de consuls in Limburg behoorlijk actief zijn. Vergeet overigens niet dat we honorair zijn: we vervullen een eervolle functie en doen dit onbezoldigd.”  

 

Geen functie waarop je kunt solliciteren

“Zeven politieke kopstukken hebben mijn benoeming moeten goedkeuren.” 

Een groot netwerk in de regio, affiniteit met het land dat je vertegenwoordigt, liefst secretariële ondersteuning… Het zijn slechts een paar eisen waaraan een honorair consul moet voldoen. Maar wie een functie als honorair consul ambieert, komt wellicht bedrogen uit. “Je kunt niet solliciteren”, vertelt Ward Vleugels “maar je moet gevraagd worden door de ambassadeur.” Dat zo’n balletje raar kan rollen, bewijst de manier waarop Camille Oostwegel werd benaderd voor zijn functie. “Ik herinner het me nog als de dag van gisteren. Het was 2002 en ik was op een receptie op de Franse ambassade. Anne Gazeau-Secret was de eerste vrouwelijke ambassadeur in Nederland. Ik raakte met haar in gesprek – uiteraard in het Frans – en drie minuten na onze kennismaking vroeg ze mij ‘out of the blue’ of ik consul van Frankrijk in Limburg wilde worden. Ik was natuurlijk stomverbaasd. Nog voor ik me kon bedenken, gaf ze me drie kussen en zei ‘Vous êtes maintenant ma consul’, ofwel vanaf nu ben jij mijn consul.” Hoe vereerd ik me voelde, dit was natuurlijk een a-diplomatieke actie. Ik wist helemaal niet wat de functie zou inhouden. Maar de ambassadeur hield woord en uiteindelijk werd ik drie maanden later, net voor het Festival d’Artagnan in Maastricht officieel tot honorair consul benoemd. Ik heb me lang afgevraagd of ze voorafgaand aan ons gesprek al wist dat ze me ging vragen voor de functie en dat het hele gesprek ‘voorgekookt’ was. Maar bij haar afscheid bekende de ambassadeur dat ze echt spontaan had gehandeld, puur op basis van haar intuïtie.” 

Drie maanden voor een benoeming als honorair consul is overigens exceptioneel snel. Normaliter kan een benoeming ook twee jaar in beslag nemen. Ward Vleugels: “Een snelle benoeming zoals die van Camille, is in Duitsland ondenkbaar. Ook dan komt de Deutsche gründlichkeit om de hoek kijken. Ik geloof dat wel zeven verschillende politieke kopstukken mijn benoeming hebben goedgekeurd: onze gouverneur, de burgemeester van Maastricht, de minister van Buitenlandse Zaken in Duitsland, de president, de minister van Buitenlandse Zaken in Nederland en uiteindelijk het staatshoofd. In haar laatste week als koningin heeft Beatrix mijn benoeming bekrachtigd. Dat vind ik best bijzonder. Daarna moest ik overigens nog op Duitse grond – dus in de ambassade in Den Haag – zweren op vlag en bijbel.”        

Ook Jean Gelissen moest veel geduld hebben alvorens hij kon worden beëdigd. “Ik was op bezoek bij de toenmalig burgemeester van Maastricht, Gerd Leers, en vertelde hem heel enthousiast over mijn liefde voor Oostenrijk. 

Hij vroeg me vervolgens of honorair consul van Oostenrijk iets voor mij zou kunnen zijn. Toen is via de toenmalig Gouverneur Frissen een lobby richting de ambassadeur op gang gekomen en onder de vlag van Gouverneur Bovens ben ik uiteindelijk beëdigd. Al met al heeft de procedure zeker twee jaar geduurd.”

 

Verbinden en bruggen bouwen

“Ik ben regelmatig een postillon d’amour.” 

Al pratend met de vier heren, komen we tot de conclusie dat het verbinden van partijen – met andere woorden, bruggen bouwen – misschien wel de belangrijkste taak van een honorair consul is. En die verbindingen hebben in veel gevallen een grensoverschrijdend karakter. Een taak die de Limburgers op het lijf geschreven is. “Ik vind het prachtig om partijen bij elkaar te brengen en te zien dat dit tot succesvolle samenwerkingen leidt”, vertelt Fernand Jadoul. “Een tijd terug hoorde ik via via dat de Universiteit van Maastricht voor een onderzoek naar Alzheimer op zoek was naar een samenwerkingspartner. Er waren al gesprekken met de Universiteit van Leiden en Amsterdam, maar ik moest meteen aan de Universiteit van Luxemburg denken. Die zijn gespecialiseerd in alles wat met big data te maken heeft. Ik heb beide partijen uitgenodigd tijdens de TEFAF en het bleek een perfecte match. Inmiddels hebben ze samen al een tweede INTERREG-project opgezet en is ook een samenwerking met de universiteit van Luik een feit.” Toch blijft Jadoul bescheiden. “Ik zat er alleen als postillon d’amour tussen.” 

Ward Vleugels merkt dat hij vanuit zijn achtergrond als ondernemer (Vleugels was ruim 18 jaar CEO van qPark red.) vooral zijn tijd investeert in het zoeken van verbindingen tussen ondernemers en kennisinstellingen. “De Brightlands Chemelot Campus wilde graag samenwerken met de RWTH in Aken, maar een goed contact kwam maar niet van de grond. Ik heb uiteindelijk de verbinding wel kunnen leggen en nu hebben de twee prachtige programma’s voor young professionals opgezet. Dat een relatief kleine inspanning van mijn kant zo waardevol kan zijn, vind ik mooi. Ik ben enorm dankbaar dat ik deze functie mag vervullen.” 

In Limburg wonende Oostenrijkers bij elkaar brengen, dat is waar ook Jean Gelissen van geniet. Op gezette tijden worden er in Limburg zogenaamde ‘stammtisch avonden’ voor Oostenrijkers georganiseerd. Dat zijn leuke avonden met Oostenrijkse muziek waar mensen bij elkaar worden gebracht, waar wetenswaardigheden met elkaar worden gedeeld, waar het vooral gezellig vertoeven is. Ja, dan komt ook de Lederhose uit de kast en mijn vrouw gaat gekleed in een Dirndl. Ik vind het prachtig dat in een land als Oostenrijk dit soort tradities nog springlevend zijn en dat we die ook in onze eigen provincie kunnen beleven. Ook heb ik nog filmpjes over Oostenrijk gemaakt. Deze zijn te bekijken via onze website. Saillant detail is dat ik tijdens een interview met een ondernemer uit Oostenrijk op het idee voor ons obligatiefonds voor Toverland ben gekomen. Dus eigenlijk verbind ik niet alleen naar anderen maar ook naar mezelf.”

 

Thuis in het buitenland

“Onze culturen lijken toch heel sterk op elkaar.”

Vanuit hun functie hebben de honorair consuls veel contacten met Duitsers, Fransen, Luxemburgers en Oostenrijk in Limburg. Maar hoe ervaren deze mensen onze provincie eigenlijk? Voelen ze zich er thuis? “Fransen vinden Limburg, Maastricht in het bijzonder, fantastisch”, zegt Camille Oostwegel resoluut. “Ze houden van het kleinschalige hier, maar ook van de bourgondische levensstijl en het feit dat hier zo veel talen worden gesproken.” Die mening is ook Ward Vleugels toegedaan. “Hoewel Duitsers natuurlijk een heel ander karakter dan Fransen hebben, voelen ze zich in Limburg enorm op hun gemak. Het is niet voor niets dat onze provincie zoveel Duitse studenten trekt. En het grappige is: ook ouders zijn enthousiast. Die vinden het spannend dat hun zoon of dochter in het buitenland wil studeren, maar als ze eenmaal kennis hebben gemaakt met Limburg, zijn ze gerustgesteld. Onze culturen lijken toch heel sterk op elkaar.” 

Overigens benadrukt Vleugels het belang van internationale young professionals in Limburg. “Limburg is de provincie in Nederland met het grootste aantal buitenlandse studenten. De kracht hiervan wordt nog weleens ter discussie gesteld; men vindt het kapitaalvernietiging dat we investeren in buitenlandse studenten, die vervolgens toch terugkeren naar hun thuisland om daar een baan te zoeken. Ik vind dat nonsens. Al die jongeren nemen een stukje Limburgse cultuur mee naar huis en vormen weer interessante partners voor grensoverschrijdende samenwerking in de toekomst. Die relatie moeten we koesteren. Overigens spreken de cijfers ook boekdelen: van alle provincies in Nederland slagen we er in Limburg in om het hoogste percentage aan internationale young professionals, ook na de studie aan de regio te binden.” 

Ook Luxemburgers hebben een klik met Limburg, zo bevestigt Fernand Jadoul. “Limburg en Luxemburg delen een historie. Beide zijn gesitueerd op de breuklijn tussen de Germaanse en Latijnse leefwereld, beiden zijn relatief klein en beiden hebben een agrarische oorsprong. Hierdoor is er meer begrip en kennis van elkaars historie, cultuur, gewoonten, gebruiken, tradities, religies en politieke systemen. Luxemburgers voelen zich lekker in Limburg!”

Jean Gelissen ziet ook dat de ca. 400 in Limburg wonende Oostenrijkers zich in onze provincie goed voelen. “De redenen waarom deze mensen ooit in Limburg terecht zijn gekomen, zijn heel divers. Werk, een studie, maar soms is ook Cupido in het spel. Oostenrijkers koesteren ook veel liefde voor hun thuisland en daar is volgens mij niks mis mee. Hoe verknocht ik ook ben aan Oostenrijk, zelf ben en blijf ik ook Nederlander en vooral Limburger. Hier liggen mijn roots. Limburg is ‘mien landj’. 

Terug naar overzicht